BLOC stelt Toekomst Werelderfgoed veilig met gebiedsgerichte aanpak

Het nieuwe ontwikkel- en exploitatiemodel van Kinderdijk geldt als voorbeeld voor andere (wereld)erfgoedsites. De succesfactoren van de aanpak liggen in het benutten van het bezoekerspotentieel, het ontlasten van de regio via bezoekersmanagement en het organiseren van een regionaal financieel arrangement gebaseerd op investeringen en niet op subsidies; een gebiedsgerichte aanpak dus.

Enkele jaren geleden stond de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) op de drempel van een technisch faillissement. Er was geen duurzaam financierings- en organisatiemodel. Om de molens te redden heeft de Gemeente Nieuw-Lekkerland (nu Gemeente Molenwaard) deze voor het symbolische bedrag van 1 euro overgenomen en is een garantstelling van een miljoen euro met de bank aangegaan. Om het werelderfgoed voor de toekomst te behouden, stonden de SWEK, de gemeenten Molenwaard en Alblasserdam en Provincie Zuid-Holland vervolgens voor de opgave om tot een ander, duurzaam exploitatiemodel te komen.

Totaalervaring

De molens van Kinderdijk zijn een populaire attractie voor binnenlandse en buitenlandse bezoekers en in het vergroten van het aantal betalende bezoekers ligt een deel van de oplossing. Maar tegelijkertijd stellen de bewoners van de twee gemeenten de rust en de kwaliteit van de omgeving erg op prijs. De bezoekersstromen en met name de daarmee veroorzaakte overlast, zoals opstoppingen op de dijk, zijn voor sommige bewoners een doorn in het oog. De huidige bezoekersstromen leveren bovendien te weinig economische spin-off voor de regio. Tegen deze achtergrond gingen de betrokken partijen een gebiedsgericht proces in.

Het molengebied is altijd vrij toegankelijk geweest. Voor een paar attracties, zoals het bezoeken van een molen, wordt wel een bescheiden bijdrage gevraagd. Veel bezoekers komen niet verder dan een kijkje vanaf de openbare weg. Dat gaat veranderen. In 2017 opent een nieuw bezoekerscentrum. Het werelderfgoed wordt ontwikkeld tot een echte toeristische bestemming, een totaalbeleving.

Door meer en betere attracties en voorzieningen te creëren krijgen bezoekers een rijkere ervaring, blijven ze langer in het gebied en besteden ze meer. Daarnaast kan door deze aantrekkelijkere ervaring het toegangskaartje voor het bezoekerscentrum en de attracties omhoog. Met deze hogere inkomsten kan het gebied beter worden onderhouden. Met slim bezoekersmanagement wordt de toenemende bezoekersstroom zo opgevangen dat dit niet ten koste gaat van de leefbaarheid voor omwonenden. Dat gebeurt onder meer met een reserveringssysteem voor parkeerplaatsen, realtime digitale informatie in de regio over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen en het inrichten van een Stop&Go zone voor touringcars. Wethouder Economie en Toerisme van Gemeente Molenwaard, Fatih Özdere (PvdA), noemt het ‘rust creëren in de drukte, voor inwoners en ook voor de bezoekers’. ‘Visitormanagement is hierbij een prima instrument’, vindt hij. ‘De toeristen komen toch, je kunt beter aan de voorkant organiseren dan je laten overvallen door de toeristenstroom.’

Voor het vergroten van het aantal betalende bezoekers richt de SWEK zich nadrukkelijk ook op bezoekers uit de eigen regio. Regionale kansen verzilveren, heet dat, door meer verbindingen te leggen en arrangementen te ontwikkelen. Bovendien is er geïnvesteerd om de komende jaren internationale toeristen te werven. Zo zijn er meerjarige contracten gesloten met riviercruisemaatschappijen, waardoor er zekerheid is dat internationale bezoekers Kinderdijk de komende jaren aandoen.

Riviercruises

Het UNESCO werelderfgoed is van twee kanten bereikbaar via een smalle dijkweg. Woningen en bedrijven liggen direct aan de weg en het verkeer rijdt deels door een dorpskern. Er is een busverbinding, maar de reistijd vanaf Rotterdam of Utrecht is lang. Vanaf het water is Kinderdijk echter uitstekend bereikbaar, maar tot voor kort waren er geen directe vaarverbindingen naar de UNESCO werelderfgoedsite.

Het blijkt dat het toenemende vervoer van en naar Kinderdijk zoals voorzien in de verschillende scenario’s grotendeels via het water kan worden opgevangen. Dit ontlast de toegangswegen en is bovendien duurzamer en sneller dan vervoer via bus of auto. In de toekomst kan dat zelfs nog duurzamer worden wanneer de Waterbus elektrisch gaat varen. ‘De waterwegen als verbindende schakel tussen Rotterdam, Kinderdijk en Dordrecht vormen een geweldige kans om de bestemming Kinderdijk te laten floreren’, meent Gerbrand Schutten, directeur Waterbus. ‘Voor reizigers gaat het uiteindelijk toch om de bestemming. Zeker als die bijzonder, attractief en goed bereikbaar is.’

Voorjaar 2015 is er al een waterbushalte pal voor Kinderdijk geopend en is het mogelijk om in twintig minuten vanaf de Erasmusbrug rechtstreeks naar Kinderdijk te varen. Met nieuwe aanlegsteigers voor riviercruises en de Waterbus is de toegankelijkheid van Kinderdijk vergroot en stappen bezoekers voor de ingang van het werelderfgoed uit. De meerwaarde voor de omwonenden is voorzichtig meetbaar met de komst van de waterbus die direct al een succes is, vertelt Wim Erkelens, bewoner en vertegenwoordiger van Belangenvereniging Leefbaar Kinderdijk. Hij wijst op de oude slogan van de binnenvaart: ‘vervoer over water, de juiste weg.’

Visitor Management is hierbij een prima instrument (Alderman Fatih Ozdere)

Vliegwiel

De financiering voor de ontwikkelingen in UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk is onderdeel van een regionaal investeringsprogramma van tien private en publieke partijen. Samen werken zij aan de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en de aantrekkelijkheid van het gebied tussen Kinderdijk, de Biesbosch en Dordrecht (‘de Waterdriehoek’). Vanuit deze samenwerking wordt zes miljoen geïnvesteerd in het UNESCO werelderfgoed. Fondsen en bedrijven dragen ook een miljoen bij aan de verdere doorontwikkeling.

In een economische perspectief is uitgerekend wat de investeringen in Kinderdijk zijn en wat zij kunnen opleveren aan extra inkomsten vanuit bezoekers of aan andere economische spin-offs. Er komt een fonds waarin gemeenten en de SWEK de geldstromen en extra commerciële inkomsten voor minimaal tien jaar onderbrengen. Het fonds wordt primair gebruikt voor het UNESCO werelderfgoed en het onderhoud van de molens. De investeringen die nu in UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk gedaan worden, waren een aantal jaren geleden ondenkbaar. Toen waren de bijdragen van de gemeente- en provinciebesturen bedoeld om Kinderdijk te redden, als ‘de laatste publieke impuls’. Inmiddels hebben de betrokken overheden nog meer geld in het Werelderfgoed gestoken. Niet om Kinderdijk te ‘redden’, wel om deze unieke site toekomstbestendig te maken en een duurzaam economisch groeimodel te ontwikkelen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is als deelnemer in SWEK en vanuit haar Visie Erfgoed en Ruimte adviseur bij de gebiedsvisie en het uitvoeringsprogramma. ‘Met gebiedsgerichte erfgoedzorg proberen we het geheel van het molenlandschap opnieuw een plek te geven’, legt Ben de Vries uit. Hij is programmaleider werelderfgoed RCE, die namens de rijksoverheid in vijf jaar tijd zo’n anderhalf miljoen euro in Kinderdijk investeert. Vooral in de educatieve functie, die dat bezoekerscentrum en andere kleinere plekken moet gaan vervullen. De Vries ziet dat de financiële injectie het draagvlak en de betrokkenheid heeft vergroot en heeft bijgedragen aan een omslag in het denken. De Vries: ‘Het maakt tongen los, andere portemonnees gaan open, men is bereid om met z’n alles de schouders eronder te zetten.’